Steve’s Saga: Tyler Bryant & The Shakedown, RUV en The Muff in De Helling

30 november 2017 via Never Mind The Hype

‘Een oorverdovende magische stilte op de helling, of een ode aan een voorprogramma’

De wolf op de helling is nooit zo hongerig als de wolf die hem nog moet beklimmen, aldus een oud Indiaans gezegde. Wolven dus, Utrecht staat er in muzikaal oogpunt vandaag een beetje in het teken van; terwijl in Tivoli Vredenburg de Amerikaanse black metal-giganten Wolves in the Throne Room spelen, zijn wij een paar kilometer verderop in Tivoli De Helling verdwaasd weggeblazen door een oorverdovende stilte van… een voorprogramma?

Tekst: Steven Gröniger, fotografie: Maron Stills

 Tyler Bryant & The Shakedown in de Helling, foto: Maron Stills

Na een halve marathon te hebben gelopen op zoek naar een parkeermeter die het wel doet op deze frisse dinsdagavond pakken we nog net het laatste stukje mee van voorprogramma numero één, The Muff. De Amsterdamse rockband heeft net de Popronde achter de rug en is op weg naar de finale van de Amsterdamse Popprijs. In de korte impressie die ik er van meekrijg, spreekt vooral het meer proggy werk mij aan. Denk aan een Yes, of The Who en dan richting het latere verhalende werk van een Pink Floyd, ten tijde van The Wall, zoiets. Het klinkt solide, veel meer kan ik er spijtig genoeg niet over zeggen. Wel is er onlangs getekend bij SOZ Concerts voor de boekingen en moet er aankomend jaar een album verschijnen, dus in ieder geval eentje om in de gaten te houden.

^%$%^..recordscratch Wacht even… Er gaat iets gigantisch mis hier… Dit is veel te veel standaard recensie-vibe… Fuck dat, dat is niet hoe we de dingen doen hier. De tering, sorry.


Alright, het moge duidelijk zijn dat we leven in een land waarin Harry Muskee fier en vrolijk vanuit zijn hemelse bluesstoel over dit kikkerlandje uitkijkt. Als we het over de huidige horde bluesbands hebben dan. Want met bands als DeWolff, Birth of Joy, Black Bottle Riot, Navarone, The Grand East en ja, zelfs Giant Tiger Hooch (die helaas hun laatste show ooit op 2 januari gaan spelen), die de Nederlandse zalen geregeld weten uit te verkopen, zou de godfather van de Nederblues niets anders dan met trots vervuld kunnen zijn. En met het aanstormende jonge-wolven-power-trio RUV hebben we op termijn naar alle waarschijnlijkheid nog een speler van dat kaliber bij, zoveel is duidelijk. En dus roep ik dat hier gewoon, zonder pretenties ook nog eens, verdomme. Ik zal je bluesmansplainen waarom: magie. Puur en simpel als dat. Als het je als band lukt om een opvallend goed gevulde De Helling muisstil te krijgen, dan is er iets bijzonders aan de hand, geen twijfel over mogelijk. Ik ben ook stante pede meteen volkomen verliefd op dit publiek en wil ze eigenlijk allemaal individueel hierom ook wel knuffelen, maar ook dat doe ik uit praktisch oogpunt maar even niet, vandaag dan….


RUV
Het RUV-verhaal is er één van drie conservatorium-Tukkers, die al geboekt werden door het vermaarde Ribs and Blues festival, eigenlijk zonder voldoende materiaal om het gevraagde tijdslot vol te kunnen spelen, maar die het toch voor elkaar hebben weten te boksen. Oké, volgende puntje ter overtuiging dan; de individuele spelers (en dus iets met het som-der-delen-rockchlichés) zanger-bassist Jeroen Nielen blijkt als zijproject bijvoorbeeld sinds kort de zang te verzorgen voor Led Zeppelin-tribute-act Steeler. Hoewel ik nog liever twee van die stalen parkerpennen in mijn oren ram, dan dat ik naar een tribute-band ga luisteren, heeft de grote Jimmy Page zelf zijn stempel van goedkeuring op deze band geramd. Daarnaast maakt het iets duidelijk over het vocale bereik van deze dude. Dus dat. Achter de ketels vinden we Ruud Gielen, die vandaag zijn 100ste show van het jaar blijkt te spelen, vanwege zijn eigen ziekelijke behoefte om in iets van negen bands te spelen, waarvan een stuk of twee in de afgelopen Popronde-carrousel zaten. Ja, zo kan ik het ook wel, natuurlijk. Maar die ervaring hoor je er vanavond wel vanaf; in een percussie-stijlmix die ergens hangt tussen het jazzy van een Mitch Mitchell en Ginger Baker, maar ook het in vlagen stompende werk van John ‘Bonzo’ Bonham vertegenwoordigt. De beste man weet duidelijk uit welke dynamische Fela Kuti-potjes er gevist werd in de dagen van weleer. En dan die vocale interpretatie van tearjerker All By Myself (Eric Carmen), die hij bezigt tijdens de soundcheck, absolute waanzin…



Maar dan! De kers op het gitaarheldenhart komt in de vorm van de pas 20-jarige Jim Zwinselman. Wat een absoluut genot om deze man bezig te zien vanavond. Naast het voorkomen van een Jimmy Page (ik ga hem vanaf nu Jimmy Sage noemen), is vooral het technische vernuft van het standje ‘buitencategorie’ – nog lichtelijk gecamoufleerd door het plezier en het gemak waarmee hij zijn partijen speelt, maar vooral onmiskenbaar in het soleerwerk. Laverend van rechttoe rechtaan, tot tegendraads off-time persend en ballenkietelend. Dit is er – wederom zonder gêne – eentje die gaat vallen in het rijtje Jan Akkerman, Eelco Gelling, en iets dichter bij huis: Oeds Beydals. I kid you not. En bij dezen heb ik hem nu dus ‘gecalled’. Hoe dan ook, debuutmateriaal verschijnt ergens aankomend voorjaar (ook op vinyl fluisterde een blauwvink mij in, en gemasterd door Wessel Oltheten), dus dan hebben we in ieder geval iets om naar uit te kijken. Het geheel onderstreept nog maar eens het belang van het meepakken van een voorprogramma: je ziet een band, of je ziet die niet… Of, om met Harry te spreken: ‘Groeten uit Grolloo!’



TYLER BRYANT & THE SHAKEDOWN
Hoofdprogrammatijd dan! Tyler, zo leert Wikipedia elke rechtgeaarde, maar vooral luie, muziekjourno, begaf zich op 6-jarige al richting het heilige 6-snarige beest, om vervolgens als 11-jarige zijn crosser in te ruilen voor een elektrisch exemplaar en al vanaf 15 jaar stevig te gaan toeren. Voor de nu pas 26-jarige Texaan heeft dit onder andere geleid tot een meer dan imposant cv; met voorprogramma’s voor Joe Bonamassa, Lynyrd Skynyrd, BB King, AC/DC – en onlangs – Guns ’N Roses,. Daarnaast speelde hij ook op Eric Clapton’s eigen Crossroads festival en recente een niet onverdienstelijke set op Helldorado, zo zag een delegatie van NMTH.

Oh ja, voor de leuke feitjes: de band werd in Nashville opgericht en heeft onder andere Graham Whitford – de zoon van Aerosmith slaggitarist Brad Whitford – in de gelederen. Relevanter wellicht is dat de rauw analoge Vince Powell-vinger van het eerste album Wild Child op het onlangs verschenen titelloze album heeft plaatsgemaakt voor een meer galmende, maar compacter dichtgesmeerde productie. Het laat zich live in ieder geval vertalen naar muziek, die toegankelijker is en een breder publiek weet te vinden. Want wat de fuck is er gebeurd ineens met de gemiddelde leeftijd van het publiek bij de hardrock/bluesrock? En waar was dit publiek toen ikzelf als 15-jarig jochie door vader werd meegesleurd naar Yes, Deep Purple, Mötorhead, Lynyrd Skynyrd, CS&N, Ten Years After, Neil Young, The Outlaws, Uriah Heep, Status Quo, Thin Lizzy, Alice Cooper, Blue Öyster Cult, Iron Butterfly, Dream Theater, Wishbone Ash, Dio, Roger Waters, KISS, Ted Nugent en ook tijdens bijvoorbeeld een Journey, of Vanderbuyst (Gvd, wat ben ik die ouwe ineens onmogelijk dankbaar).



Want dat is zowel sympathiek als opvallend: de man weet een nieuwe generatie aan zich te binden, die niet louter bestaat uit sigaar rokende, besnorde zestigers, die geen besef hebben van de huidige Zeitgeist (hallo Johan Derksen, letten we even op). Ongeacht of het verder wandelen is over gebaande paden en of de entertainment-factor, naar goed Amerikaans gebruik, duidelijk in al zijn clichés buitengewoon goed vertegenwoordigd is. De uitvoering is alleen al respectabel doordat men verder durft te kijken dan de neus lang is. Het is voornamelijk ontzettend zaligmakend dat op een avond als deze de, mogelijk oubollige, kenmerkende blues-soep bij lange na niet zo heet gegeten wordt. Maar er wordt genoten, in dit geval leunend in respect naar de vruchtbare jaren 70, maar dan gekoppeld aan de technieken en ontwikkelingen van nu. Zo kunnen we niet om de conclusie heen dat het genre alles behalve verzadigd is. Persoonlijk een meer dan aanwijsbare reden om shows te blijven bezoeken, al was het alleen al om een voorprogramma.

Harry Muskee zou een gelukkig man zijn, dankzij zijn blues.

Rawkward Steve