A Rawkward Saga: hartverscheurende troost in de “Kuntrie” van de Amsterdamse Vinex-babyboomer

A Rawkward Saga: hartverscheurende troost in de “Kuntrie” van de Amsterdamse Vinex-babyboomer

30 augustus 2018 via Never Mind The Hype

“The more you live, the less you die”- Janis Joplin

Als zwerver met een wekker beland je vaker dan verwacht op plekken, die op het eerste oog misschien bevreemdend, hachelijk en boven alles compleet je uit je comfortzone aanvoelen: een verjaardag, een politieauto, of schaamteloos inlopend op een seksend stelletje van je AirBnB op zoek naar een slaapplek. Maar met een open mind, een ‘fuck it- houding en een boel geluk in het kennen van een club zeer mooie mensen, is het vooral een kwestie van gemakkelijk surfen op de golven het van een vooringenomen lotsbestemming. Het overkomt je nou eenmaal. Zo kan het ook ineens voorkomen dat je jeugdtrauma’s staat te verwerken op een babyboomerfestival in het Amsterdamse bos en je uiteindelijk wordt bevangen met het besef dat de troost zit in de aangename verrrassing van onverwachte verwondering dat vroeger alles behalve beter was, maar dat het dat nu wel is en kan zijn. Leve de muziek!

Tekst: Steven Gröniger / fotografie: Maron Stills

Traumatisch cynisme en cringe
Ja, dat klonk even diepzinnig AF hé! Godsamme, ik weet ook niet hoe dat zo allemaal komt, of nee, ik was het vergeten, denk ik. Never mind. Anyway, om een beetje te gaan duiden waar dit allemaal over gaat: ik was op Once in a Blue Moon festival, ‘For the new and the old. The wild and the innocent’- – in het Amsterdamse Bos beland. Een nieuw festival dat verder nog wordt omschreven als ‘A full day of the best Americana, Country, Folk Blues & Roots Rock Music’. Ik geef het je allemaal maar even te doen. Maar goed, vanuit mijn rijke, jarenlange ervaring als door vader op sleeptouw genomen jonge gozer naar concerten en festivals van dit cachet, heb ik in ieder geval genoeg overtuiging dat ik de capaciteit bezit om het te doorstaan. Waarmee ik zoveel bedoel dat ik ervaring heb met de in de staart van hun midlifecrisis fungerend babyboomer publiek dat ‘even lekker gek’ het sentiment van hun jeugd wil herbeleven.

Nu wil ik niet beweren dat het publiek hier compleet uit kort-pittige kapsels, Gaastra-zeiljaskoppels en sigaar rokende bierbuikboomers met rebelse ‘Born to Ride Free’-patches op hun lederen hesjes bestaat. Nee, ik zie zelfs veel IJburg-bakfietsvolk, met her-en-der een verdwaalde Amsterdam Noord-Hipster. Dus laten we het erop houden in alle netheid dat het een buitgewoon wit gemêleerd festival is. Zeg maar het gemiddelde DWDD-publiek, dat zichzelf gelukkig weer eens niet buiten de eigen ring hoeft te begeven voor een leuk feestje. Nu kun je zeggen: ‘Sjemig gast. Je hoeft daar niet te zijn.’ Dat is zo, maar lees dan de inleiding nog maar eens. Bovendien met een affiche waar Bombino, DeWolff, Seasick Steve, Drive-by Truckers, The Dawn Brothers, David Crosby en Courtney Marie Andrews op prijken, is het dus een kwestie van Leve de muziek!

Bij het betreden van het terrein ontvalt er in ieder geval een slaak van opluchting bij het zien dat het een tentenfestival is. De weergoden zouden deze zaterdag nogal schizofreen met elkaar in conclaaf gaan – wat dus ook resulteerde in hevige stortbuien, minder hevige stortbuien en hevige opklaringen, maar opgelucht en hevig dus, want tenten. Enfin, heb ik verder nog nutteloze observaties te vertellen over de eerste impressie? Nou, het ligt er allemaal mooi bij wel; het is in een bos, er zijn looppaden, er is bos, de loopafstanden zijn klein tussen de tenten, ook genoeg dranktenten en vreetwagens en de drankmuntjes zijn snel (contactloos pinnen) te vergaren, zodat je je zuiptijd in ieder geval heel efficiënt en ten volste kunt benutten. Vind ik sympathiek. Als ik vervolgens de Blue Moon Stage binnenwandel – en mijn twee vers getapte biertjes, die ik snel wil achteroverslaan om de scherpe randjes eraf te halen, bijna uit mijn klauwen worden gebonjourd door een dubbele duw in de rug van twee enthousiaste Coby’s op een missie om de snelste route vooraan te gaan claimen in een verder vooralsnog halfvolle tent, en ik de stem van nationale pop-professor Leo Blokhuis de volgende “Kuntrie” artiest hoor aankondigen – en ik daardoor heel erg twee keilbouten door beide trommelvliezen wil rossen -, is het duidelijk dat de twee biertjes niet gaan voldoen. En dat het voor mijn mentale weerbaarheid buitengewoon gezond is om deze te gaan chasen met twee whiskey-cola uit blik en gember (?!) smaak….

Plottwist
Ik bemerk dat ik misschien een beetje te opgefokt aan het kuieren ben, maar het is gewoon allemaal nogal van een overprikkelende bedoening als je ineens met twee benen in het heden en nu staat en een overdaad aan emoties zich van je meester maakt, waardoor het snel willen verwerken als een noodzakelijk kwaad van een soort etterende puist die moet worden uitgeknepen voelt; zoveel mogelijk uitknijpen, ondanks de littekens, maar dan is in ieder geval de irritatie weg. Weet ik veel. In ander nieuws komt de tweede verademing van deze dag als ik richting de Sugar Mountain Stage loop, de alcohol zijn werk begint te doen en ik tegen de tonen van Noord-Afrikaanse woestijnblues-gigant Bombino aan… Hoewel de band al in de staart van de set zit -en al vol standje hyperfunk gaat-, zijn er weinig woorden die nu mogelijk mijn enthousiasme kunnen omschrijven. Heftig weer, zo fijn. Nooit gedacht dat ik zo gelukkig zou kunnen van Berber-rock, tsjonge! Alsof ik nog niet genoeg aan verwarring had. Het korte en duidelijke antwoord hier op kan ik nu verklappen: ‘nee’.

Als ik een beetje rond blijf hangen in de tent en tijdens de opbouw en soundcheck van Courtney Marie Andrews (want dankzij haar docu-fotograaf en tourmanager ben ik hier vandaag), word ik ineens als Bambi gevangen in de koplampen van een pick-up truck, als tijdens de line-check CMA spontaan de Crosby Stills Nash & Young banger Helpless begint te zingen. Godverdegodver, dit is echt complete waanzin aan het worden, zo mooi… zo.ongelooflijk.fucking.mooi. En dan was dit nog maar de soundcheck. Als ik mijn vooringenomenheid en pretenties vervolgens compleet achter mij neertief en onbeschaamd even snel zoek langs haar Wikipedia lees ik dat ze tamelijk bad ass is, bijna 28 lentes jong, vanaf haar 15e levensjaar de podia bestijgt, toetsenist en achtergrondzang verzorgde bij Jimmy Eat World, de elektrische gitaarpartijen verzorgde bij Damien Jurado, samenwerkte met onze zuiderbuur Milow, maar nietsontziend op haar eigen pad vertrouwt en daarmee een onmiskenbaar sterke wil heeft die steeds meer erkenning vindt.

Plots voelt het zomaar ineens als een buitengewone eer om hier te zijn, of sterker nog: te mogen zijn. What the fuck is dat nou dan? De inhoudelijk beoordeling van haar show laat ik verder over aan de geletterde muziekcritici van deze wereld, wat mij vooral een gemakkelijk manier is om ademruimte te pakken om de emotie van haar muziek op me in te kunnen laten werken. Waarbij er ook geen sprake is van gekunstelde ‘abc’-diepgang, maar van een integer en eerlijk verhaal vertellen dat vooral heel menselijk en herkenbaar is en daardoor komt de muziek tyfushard en wonderschoon binnen. Dan kun je verder wel een beetje stoer staan te kijken met je pretentieuze harses, het mag duidelijk zijn dat dat een buitengewone oefening van het eigen onvermogen is. Sukkel. Wat ik ook nog even kwijt wil is dat deze mevrouw verpletterend kan ‘belten’(zangtechniekterm die ik van Barry ’vooral doorgaan’ Stevens heb geleerd) als een motherfucker, dat langs de zenuwbanen van de rug lopende, van een overdonderende orde is. I shit you not. Heftig weer. De stortbui die na haar set volgt bevestigt zoveel.

Na een welverdiende maaltijd is het dan toch even de tijd om oude baas Seasick Steve mee te pakken en ligt de grote geruststelling erin dat, hoewel hij nu met een extra gitarist een semi-powertrio vormt, de man in twaalf jaar geen dag ouder lijkt geworden, zowel fysiek als muzikaal. Als ik dan buiten de tent loop om even te gaan roken en zie dat Courtney Marie Andrews hier een spontane line-dance heeft geflashmobbed, kan ik een kleine glimlach niet onderdrukken en beseffen dat het al met al een mooie dag was. Leve de muziek!

Met een speciale grote dank aan Maaike en Etjen. Cheers!

Rawk on,

Rawkward Steve